

Veel ouders zien spelen alleen als een manier waarmee kinderen zich vermaken en bezighouden. Hoe vaak horen we onszelf niet zeggen: ""Oh, hij zit gewoon te spelen."" Maar er is niets ""gewoon"" aan. Ik durf zelfs te zeggen dat spelen net zo belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind als leren lezen, schrijven rekenen. Of misschien nog wel belangrijker.
In feite is spelen onmisbaar bij de ontwikkeling van sociale, emotionele, taalkundige en intellectuele vaardigheden. Je kind leert namelijk steeds meer over de wereld, over complexe zaken als grootte, vorm, zwaartekracht, gewicht, hardheid en buigzaamheid. En je zult zien dat dit leerproces al in de eerste maanden na de geboorte begint. Spelen is ook belangrijk voor de ontwikkeling van de fijne en algemene motorische vaardigheden: de spieren van je kind worden sterker, zodat hij kan klimmen, rennen en omgaan met zware voorwerpen. Tijdens het spelen verkent hij niet alleen de eigenschappen van voorwerpen, maar ook zijn inventiviteit, voorstellingsvermogen, creativiteit en probleemoplossende vaardigheden worden gestimuleerd. De complexiteit van het spel van een jong kind is vaak adembenemend. Spelen is dus essentieel voor een gezonde geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Kinderen leren stap voor stap hoe hun wereld eruitziet. Maar misschien vraag je je het volgende af: ""Ik zie mijn kind twee blokken voortduwen en 'vroem vroem' roepen, want voor hem zijn het auto's. Hoe vormen zich hierdoor in hemelsnaam belangrijke lange-termijn-verbindingen in zijn hersenen?"" Waarschijnlijk heb je nooit erbij stilgestaan dat spelen zo belangrijk is. Laten we dus spelen eens analyseren en bekijken wat nu echt schuilgaat onder die schijnbaar zinloze activiteiten waarmee kinderen zich in hun eerste levensjaren bezighouden.
Soms is het moeilijk om een duidelijk onderscheid tussen spelen en ontdekken te maken, bijvoorbeeld wanneer een kind de hele tijd speelgoed vanuit zijn hoge stoel op de grond gooit. Speelt hij, zit hij mama te pesten of probeert hij de zwaartekracht uit? Waarschijnlijk een combinatie van alle drie, maar spelen is bijzonder essentieel in de ontwikkeling. De speelse aspecten van een activiteit moeten dus niet als onbelangrijk worden afgedaan. Afhankelijk van hoe je spelen definieert, begint een baby volgens mij in de derde maand echt met spelen: hij ligt urenlang in zijn wieg naar de figuurtjes aan zijn mobiel te zwaaien of probeert zijn teentjes te grijpen. Deze schijnbaar zinloze activiteiten leiden geleidelijk tot een coördinatie tussen zijn handjes en ogen. In zijn hersenen vormen zich nieuwe verbindingen tussen de zogenaamde visuele cortex en de motorische cortex. Verbindingen binnen en tussen gedeelten van de hersenen zijn essentieel voor de ontwikkeling. Baby's worden ook kleine natuurkundigen via hun spel: ze ontdekken hoe het gewicht, de grootte en de vorm van voorwerpen kunnen verschillen en hoe een klap op een hard oppervlak een geluid voortbrengt. Ga eens rustig zitten kijken hoe zeer je baby zich concentreert en eindeloos probeert om zijn handvorm aan te passen aan elk nieuw object. Let op zijn vrolijke gezicht wanneer hij eindelijk iets weet beet te pakken, ook al laat hij het gelijk weer vallen. Door het plezier van dergelijke successen komt een chemische stof in zijn hersenen vrij, endorfine genaamd, waardoor hij zich rustig en trots voelt.
Psychologen maken vaak onderscheid tussen twee speltypen: functioneel spelen en doen alsof. Bij functioneel spelen gebruikt je baby voorwerpen voor het doel waarvoor ze in de eerste plaats zijn uitgevonden: hij grijpt naar figuurtjes aan zijn mobiel, rolt ballen en bouwt torens en bruggen. Doen alsof is echter veel interessanter. Hierbij verzint je kind niet alleen een verhaal rond zijn brug of toren, maar vanaf ongeveer 18 maanden begint hij voorwerpen te gebruiken voor zaken waarvoor ze eigenlijk niet zijn bedoeld. Hij pakt bijvoorbeeld een banaan beet en doet alsof deze een telefoon is. Vervolgens voert hij een lang gesprek door de banaan. Of hij doet alsof een van zijn vingers de hond is en praat daarmee tegen een andere vinger, die de kat voorstelt. Wat stelt een kind in staat om een voorwerp door een ander voorwerp te vervangen of zelfs te doen alsof hij gesprekken voert met totaal lege handjes? Psychologen zijn van mening dat dit een enorme stap voorwaarts betekent in de cognitieve vaardigheden van een kind: de mogelijkheid om in symbolen te denken. Neem het voorbeeld van de banaan en de telefoon. Nadat een kind de overeenkomende vorm is opgevallen, moet hij alles opzijzetten wat hij weet over bananen in het echte leven (ze groeien in trossen, je kunt ze eten, ze maken geen geluid). Vervolgens moet hij tijdelijk aan de banaan toeschrijven wat hij over telefoons weet (ze rinkelen, je kunt ermee praten met iemand die niet aanwezig is), zodat hij kan doen alsof. Essentieel hierbij is dat het kind een nieuw, maar tijdelijk beeld in zijn hersenen kan oproepen dat los staat van zijn bestaande beeld van de echte wereld. Vanaf dat moment kan hij zijn fantasiewereld binnengaan: de banaan is een telefoon. Tijdens het spelen zal een kind niet proberen de banaan op te eten zolang deze een telefoon is. Wanneer hij doet alsof, vergeet hij echter niet de echte eigenschappen van voorwerpen (alles wat hij weet over echte bananen). Zodra hij klaar is met spelen, kan hij gerust de banaan pellen en opeten. Sommige psychologen zijn het er niet mee eens dat de fantasiewereld tijdens het doen alsof een belangrijke voorloper is voor het inzicht dat oudere kinderen krijgen in zogenaamde als/dan-veronderstellingen, zoals ""als honden vleugels zouden hebben, zouden ze kunnen vliegen"". Complexe, dynamische mentale activiteiten zijn nodig in de hersenen van je kind om tijdens een schijnbaar eenvoudig spel te doen alsof.
Hoewel doen alsof begint in het tweede levensjaar, kan dit voortduren tot het vijfde jaar en zelfs nog daarna. Doen alsof is belangrijk vanwege de mentale activiteiten van de hersenen die nodig zijn om zo te kunnen spelen: het kind moet zich mentaal een beeld vormen van de verschillende hoofdrolspelers en voorwerpen in zijn spel en onthouden welke rollen hij hieraan heeft toegewezen. Dit is een belangrijke oefening voor het werkgeheugen. Een kind kan bijvoorbeeld twee dezelfde poppen pakken en besluiten dat de ene mama is en de andere de nieuwe baby. Of dat een kraal een bonbon is, terwijl een blok hout een bus voorstelt. Nadat de rollen zijn vastgesteld, moet het kind deze tijdens het spelen onthouden. Dit is geen geringe opgave voor een dreumes, want objectief gezien lijken de gebruikte voorwerpen totaal niet op de voorwerpen die ze symboliseren.
Als een kind 2 of 2,5 jaar oud is, is hij tijdens het spelen vaak onophoudelijk aan het vertellen. Hij verzint een verhaal of speelt een gebeurtenis na die hij niet goed kon begrijpen of die emotioneel beladen was. Dit kunnen ze alleen door de volgorde van de gebeurtenissen in hun verhaal bij te houden. Als je dus deze schijnbaar zinloze spelmomenten bekijkt, luister dan eens goed naar het magische verhaal dat je kind brabbelt. Onthoud dat zijn geheugen, zijn capaciteit om dingen uit te vinden en zijn taalvermogen enorm worden belast.
Wist je dat kinderen vaak twee verschillende taalvormen gebruiken tijdens het spelen? Tijdens een interessant onderzoek in de Verenigde Staten werden kinderen tijdens het doen alsof voorzichtig geobserveerd. Hierbij werd vastgelegd welke taal ze gebruikten. Uit het onderzoek bleek dat kinderen twee verschillende manieren gebruiken om precies dezelfde betekenis over te brengen: één wanneer ze een rol in de spelsituatie speelden en één wanneer ze commentaar op de spelsituatie leverden. Als een van de kinderen bijvoorbeeld iets tijdens het spelen van een rol zei, gebruikte ze een bepaalde vorm van de toekomende tijd in het Engels: ""I'm going to go to the park now."" Wanneer ze echter even niet meer deed alsof maar commentaar op een bestaande situatie leverde, gebruikte ze een andere vorm van de toekomende tijd om iets soortgelijks te zeggen (""I'm gonna get the other doll now, so the Daddy can come home""). Dit bleef ze doen en hieruit concludeerden de onderzoekers dat kinderen verschillende taalvormen gebruiken. Hiermee geven ze expliciet aan wanneer ze doen alsof en wanneer ze uit een spelsituatie stappen om verschillende personen of gebeurtenissen neer te zetten, hoewel ze tweemaal hetzelfde zeggen. Dit zijn belangrijke aanwijzingen voor hoe kinderen taalkundig aangeven dat ze doen alsof. Tijdens dit spel kunnen ze de grenzen van de normale werkelijkheid overschrijden, zodat ze hun fantasiewereld kunnen binnengaan. Tijdens doen alsof kunnen mensen vliegen en vogels praten. Een pen kan worden gekookt en opgegeten en niet-bestaand water kan worden ingeschonken uit een kannetje en opgezogen via een liniaal, die een rietje voorstelt. Probeer je eens voor te stellen hoe de hersenen van je kind moeten goochelen met deze nieuwe, tijdelijke mentale beelden zonder de bestaande beelden van de echte wereld te verstoren.
De mogelijkheden van doen alsof zijn bijna eindeloos. Zeg nooit dat het spel van je kind raar is. Hij is eigenlijk een creatieve toneelschrijver: hij plant en ordent de verhaallijn, neemt verschillende rollen op zich en verbreedt zijn voorstellingsvermogen en intelligentie op allerlei manieren.
De rol van spelen in de emotionele ontwikkeling kan niet worden overschat. Kinderen verwerken vaak een moeilijk probleem, zoals de geboorte van een broertje of zusje, alleen via een veilige spelsituatie in hun eigen wereldje. Kindertherapeuten maken vaak gebruik van spelsituaties om getraumatiseerde kinderen te helpen. Als ouder kun je vaak beter achterhalen waarvoor je kind bang is door op een afstand te kijken hoe hij speelt dan door direct vragen te stellen. Als je vraagt ""ben je boos?"", moet hij in woorden uitdrukken hoe hij zich voelt (waartoe hij in dit ontwikkelingsstadium nog helemaal niet in staat is). Je kunt zijn diepere gevoelens ontdekken door goed te kijken naar de details van zijn spel. Boosheid en jaloezie worden vaak minder als je kind deze in een poppenspel verwerkt. Daarom is het een goed idee om een babypop voor je dreumes te kopen als je een tweede kind verwacht. Word niet boos op je dreumes als hij tegen de pop schreeuwt of deze slaat. Dit is eigenlijk een gezond teken dat hij de situatie probeert te begrijpen en zijn nieuwe gevoelens onder controle probeert te krijgen. Hij uit zijn gevoelens in zijn fantasiewereld, weg van de baby in de echte wereld. Kinderen spelen ook om sociale conventies te verwerken. Op allerlei complexe manieren spelen ze met hun poppen sociodramatische rollen, zoals juf, treinbestuurder, mama, papa, baby en politieman. Zo ontdekken ze hoe deze rollen verschillen en leren ze geleidelijk hun plaats in hun steeds groter wordende sociale wereld.
Als je de volgende keer je kind weer ""zinloos ziet spelen"", zoals je het eerst noemde, probeer dan eens door andere ogen te kijken. Denk aan alle verbindingen die zich vormen in zijn snel ontwikkelende hersenen.
