4 tips to get your baby talking

Vier tips om je baby aan het praten te krijgen

Rachel Morris

Voor je het in de gaten hebt, verandert je brabbelende baby in een basisschoolleerling die je de oren van het hoofd kletst. Hoewel hij uit zichzelf deze mijlpaal zal bereiken – door te kijken, te luisteren en dingen met jou te doen – kun je aan de hand van deze vier tips de spraakontwikkeling stimuleren.

1. Houd het gesprek gaande, zelfs als het eenzijdig is.


Al op jonge leeftijd is tegen je baby praten dé manier om woorden te introduceren en de spraakontwikkeling te stimuleren. Klets de hele dag door tegen je baby, zelfs als het raar aanvoelt. Vertel hem over de pasta die je kookt, welke kleur de kleren hebben die je strijkt, of wijs schoenen aan in een winkeletalage wanneer je voorbij loopt. Zelfs als je kind nog geen antwoord kan geven, luistert hij altijd en begrijpt hij meer dan je denkt.

2. Focus je op spraakontwikkeling tijdens het voorlezen.


Je baby voorlezen is een belangrijk onderdeel van spraakontwikkeling. Tijdens het voorlezen leert je kind nieuwe woorden en door samen naar plaatjes te kijken begrijpt hij het idee dat alles een naam heeft.

Wijs bijvoorbeeld een auto aan op een plaatje, zeg hardop 'auto' en moedig je baby aan het na te zeggen.

3. Help hem met de uitspraak


De eerste woordjes van je kind klinken waarschijnlijk niet als echte woorden. Zo kan 'hong' bijvoorbeeld 'hond' betekenen.

Hoewel het belangrijk is om deze woordjes te erkennen, moet je de deze woorden – hoe schattig ze ook klinken - niet gebruiken wanneer je met hem praat. Gebruik in plaats daarvan het juiste woord wanneer je het terug zegt tegen je kind zodat hij uiteindelijk zichzelf corrigeert.

4. Beschrijf de handelingen van je baby om associaties te verbeteren.


Aan het einde van zijn eerste jaar zal je baby met je communiceren door naar dingen te wijzen of te kruipen naar wat hij wil overbrengen.

Moedig zijn pogingen aan en vergroot zijn woordenschat door te beschrijven wat hij doet. Als je ziet dat je baby zijn bekertje pakt, zeg dan bijvoorbeeld "O, je wil je beker!" Deze beschrijving zal hem helpen om de naam aan het object te koppelen, en uiteindelijk zal hij stoppen met wijzen en er om gaan vragen.

Misschien vind je dit ook interessant: