Hoe communiceert je baby

Hoe communiceert je baby

Annette Karmiloff-Smith PhD, FBA, FMedSci, MAE

Voordat je baby kan spreken, gebruikt hij geluiden en gebaren om te communiceren. Of je baby nu glimlacht of huilt, schopt of wuift: ontdek waarom deze vroege vorm van communicatie belangrijk is en hoe je dit kunt aanmoedigen.

Inleiding
Niets is belangrijker voor zuigelingen dan diepe emotionele banden die ze geleidelijk met hun ouders opbouwen. Dit is een belangrijk element van het ouderschap. Deze sterke emotionele banden zijn net zo belangrijk voor ouders. Wat is er hartverwarmender dan de eerste lach van de baby, het eerste boertje, de eerste keer dat je kind zwaait of de eerste geluiden die op woordjes lijken?
In dit artikel kijken we eerst naar de voorlopers van gebaren zoals huilen, lachen en fronsen, vervolgens naar de belangrijke rol die spontane gebaren spelen in de ontwikkeling van communicatie met zuigelingen, en uiteindelijk de voor- en nadelen van het verder gaan dan spontane gebaren om zuigelingen een vorm van babygebarentaal aan te leren.

Wanneer begint de dialoog? Wanneer worden de emotionele banden gecreëerd?
Mensen dachten vroeger dat de dialoog pas begon wanneer de baby na ongeveer 18-24 maanden korte zinnen kon uiten. Maar we weten nu dat interactie al veel eerder begint. Zelfs in de laatste drie maanden van de baarmoeder is het begin van de dialoog al duidelijk. Wanneer moeder merkt dat haar baby beweegt, praat ze vaak tegen haar 'buik'. En wanneer de foetus haar stem hoort, is hij even stil, en begint dan weer te schoppen, waarop de moeder reageert door het gesprek weer voort te zetten. Dergelijke minidialogen komen vaak voor wanneer moeder rust en zich bewuster is van de bewegingen van haar ongeboren baby. Op het moment dat een baby wordt geboren, beginnen ouders onmiddellijk een dialoog met hun zuigeling; ze kunnen er gewoon niet mee stoppen. Ze praten met hun nieuwe baby alsof hij of zij alles begrijpt: "Goedemorgen, kleintje, hoe gaat het ermee vandaag?", op een zangerige toon om de aandacht te krijgen van hun pasgeboren kindje. En al snel begint de baby te reageren door met de beentjes te schoppen. Bijna zonder het zich te realiseren pauzeert de ouder dan kort, zodat de baby aan de beurt komt bij het ontstaan ​​van deze ontluikende 'gespreksvaardigheden'.

Huilen als communicatievorm
Natuurlijk hebben baby's, voordat ze kunnen praten, veel manieren om hun intenties en gevoelens over te brengen. Telt huilen als een communicatief gebaar? Baby's huilen tenslotte om aan te geven dat ze honger hebben, pijn voelen, als hun luier moet worden verschoond, of als ze gewoon gezelschap willen. Het is een belangrijk aspect van het ouderschap om de verschillende soorten huilen te begrijpen. Het is interessant dat de verschillende soorten van huilen tijdens de eerste maanden steeds meer worden gedifferentieerd, zodat moeders kunnen herkennen wat elke verschillende soort huilen betekent. Laten we niet vergeten dat communicatie met zuigelingen een wederzijdse interactie is. Dus hoe beter de moeder reageert op de verschillende soorten huilen van haar baby, des te meer ze de betekenis van elke soort huilen voor haar baby versterkt. Zo worden emotionele banden gecreëerd. Het is een belangrijk aspect van het ouderschap. Natuurlijk kunnen kinderen later in hun kleutertijd negatieve gevoelens niet alleen uitdrukken door te huilen, maar ook door op de tafel te slaan of door op de vloer te stampen. Of huilen en deze andere woedesignalen als 'gebaren' tellen is niet zeker.

Lachen en fronsen als communicatievorm
Lachen en fronsen zijn andere manieren waarop baby's invloed hebben op het communicatiegedrag van hun ouders. De eerste 'glimlachjes' van baby's zijn in feite eigenlijk grimassen. Als ouders zo blij reageren op wat zij interpreteren als een glimlach, zal de baby deze reactie opmerken en concluderen dat dit iets is wat leidt tot positieve reacties. Hij zal de 'glimlach' vervolgens dus proberen na te bootsen. Zo ontwikkelt zich een aangename interactie…. Verder zijn er tekenen die erop wijzen dat baby's deze gelaatsuitdrukkingen tijdens het slapen oefenen. Heb je je slapende kindje wel eens met de ogen dicht zien glimlachen of fronsen?

De beginfase van communicatie bij kinderen
Naast het eerste huilen, tekenen van glimlachen en fronsen reageert de pasgeboren baby vaak op het gepraat van ouders door middel van beenbewegingen en, vanaf ongeveer 3 maanden, door met de lippen te blazen en te kirren. Pas rond de 10 tot 13 maanden gaan de meeste kindjes hun eerste herkenbare woorden produceren. Dit betekent echter niet dat ze tot die tijd niet op taal hebben gelet. Uit onderzoek is gebleken dat baby's zich al zeer bewust zijn van taal, lang voordat ze hun eerste geluiden produceren. Bij de geboorte kunnen ze hun moedertaal (gehoord in de baarmoeder) al onderscheiden van andere talen, ze kunnen geluiden zoals ‘pa’ en ‘ba’ onderscheiden, en vanaf acht maanden zijn ze al bezig om de binnenkomende woordenstroom op te splitsen in afzonderlijke woorden. Maar hoewel ze al vanaf het begin bezig zijn om de taal te verwerken, duurt het veel langer voordat baby's hun eigen geluiden en woorden gaan produceren. Brabbelen begint rond de 5 tot 6 maanden, waarbij baby's verschillende geluiden oefenen. Ondanks al dit oefenen om geluiden te maken, duurt het dan nog drie tot vier maanden voordat de meeste baby's een herkenbaar woord produceren.
Waarom duurt het zo lang? Eén reden is dat het tijd kost voordat de articulatievaardigheden ontwikkeld zijn, zodat baby's de geluiden waaruit woorden bestaan kunnen produceren. In het begin zijn de algemene motorische vaardigheden van kinderen verder ontwikkeld dan de fijnere motorische vaardigheden die vereist zijn voor het articuleren van woorden. Het duurt vele maanden voordat de articulatie van kinderen zo ver ontwikkeld is, dat ze een vreemde taal kunnen uitspreken. De spieren in hun articulatiesysteem zijn kneedbaar en worden steeds meer gevormd door de taal die ze horen en proberen na te bootsen. Brabbelen speelt dus een cruciale rol in het vormen van ons articulatiesysteem. Maar baby's communiceren al effectief lang voordat ze die magische eerste woorden produceren. Hierbij spelen gebaren een belangrijke rol.

Het belang van gebaren voor de communicatie
Naast spraak gebruiken we van nature gebaren. Kijk maar eens goed als je je vrienden ziet praten en let erop hoe vaak ze daarbij hun handen gebruiken. Vroeger dacht men dat alleen Italianen veel communiceerden met gebaren, maar uit onderzoek, bleek dat zelfs gereserveerde Britten tijdens het praten ook veel gebaren gebruikten. Heb je wel eens geprobeerd om tijdens het praten geen gebaren te gebruiken? Je zult merken dat het erg moeilijk is om je goed uit te drukken, omdat gebaren van nature zo verbonden zijn met spraak. Net zoals volwassenen van nature onderling gebaren gebruiken, gebeurt dit ook tussen ouder en kind.

Wat waren de eerste gebaren van je kind?
Gebaren zijn meestal vrij iconisch, dat wil zeggen dat ze lijken op de bedoelde betekenis. Het gebaar voor 'eten' bijvoorbeeld, bestaat er waarschijnlijk uit dat je je vingers naar je mond brengt en met je lippen smakt om te doen alsof je eet, terwijl het woord 'eten' niet klinkt als daadwerkelijk eten. Andere gebaren zijn meer aangeleerd, zoals het zwaaien met de hand om gedag te zeggen. Op de MacArthur Lijst voor Communicatieve Ontwikkeling ("MacArthur Communicative Development Inventory"), gebruikt door psychologen in 39 verschillende landen, staan de volgende 12 meest voorkomende spontane communicatieve gebaren bij baby's in de vroege ontwikkeling, meestal tegen het einde van het eerste jaar:
Strekt hele arm uit om de ouder te laten zien wat hij of zij vasthoudt, met de betekenis: 'Kijk eens wat ik heb.'
Wijst (met arm en wijsvinger uitgestrekt) naar een interessant voorwerp of een interessante gebeurtenis, met de betekenis: 'Deel je aandacht voor dit interessante iets met mij.'
Reikt de hand uit en geeft de ouder een voorwerp dat hij of zij vasthoudt, met de betekenis: 'Neem dit aan.'
Zwaait uit zichzelf als er iemand weggaat, met de betekenis: 'Dag.'
Steekt de arm in de lucht, met de betekenis: 'Ik wil opgetild worden.'
Schudt het hoofd, met de betekenis: 'Nee.'
Knikt met het hoofd, met de betekenis: 'Ja.'
Gebaart door de vingers op gesloten lippen te leggen, met de betekenis: 'Ssst!'
Vraagt om iets door de arm uit te strekken en de hand open en dicht te doen, met de betekenis: 'Ik wil dat' of 'Maak dat open.'
Kusjes van een afstand, met de betekenis: 'Ik vind je lief.'
Smakt met de lippen, met de betekenis: 'Dit is lekker.'
Haalt de schouders op en/of laat de handpalmen zien, met de betekenis: 'Op' of 'Waar is het?'
De meeste kinderen produceren deze gebaren tegen het einde van hun eerste levensjaar en de eerste helft van hun tweede levensjaar. Natuurlijk leren baby's veel van deze gebaren naar aanleiding van de natuurlijke gebaren die de ouder tijdens het praten gebruikt, maar om mee te tellen als deel van het gebarensysteem van het kind moeten ze spontaan plaatsvinden en niet als een directe imitatie van wat de ouder net heeft gedaan. Als je bijvoorbeeld net gedag gezwaaid hebt en je baby aanmoedigt om hetzelfde te doen, dan telt "dag" nog niet mee. Het telt alleen mee als een echt gebaar als kind het spontaan produceert wanneer iemand de kamer verlaat, zonder dat jij het gebruik van het gebaar hoeft aan te moedigen.

Wijzen als een van de belangrijkste vroege communicatiegebaren.
In de bovenstaande lijst noemden we de neiging van kinderen om met de arm en wijsvinger uitgestrekt te wijzen. Interessant genoeg is wijzen een heel specifiek menselijke eigenschap. Chimpansees, onze meest naaste verwanten in de evolutie, wijzen niet en gebruiken ook geen knijpgreep; dat wil zeggen dat ze geen kleine voorwerpen tussen duim en wijsvinger vasthouden. Om kleine voorwerpen op te pakken, drukken chimpansees hoogstens hun duim tegen de hele rest van hun hand. Maar het is nooit waargenomen dat ze wijzen. Bij menselijke baby's is wijzen echter normaal. Echt wijzen begint meestal rond de negen maanden als de baby ook de knijpgreep gaat gebruiken. Voor de negen maanden steken baby's hun arm vaak uit met gebalde vuist, meestal als ze iets proberen te bemachtigen wat ze willen hebben. Psychologen noemen dit laatste "instrumenteel wijzen". Maar als bij het wijzen ook de wijsvinger wordt uitgestoken, kan dit ook betekenen: "Kijk, er gebeurt daar iets interessants wat ik met je wil delen." Dit noemen we "stellend wijzen" en dit begint meestal rond het einde van het eerste levensjaar. Dit wordt gezien als een echte mijlpaal. Wederom is het de geïnteresseerde reactie van de ouder op de gebaren die de baby stimuleert om het wijzen te herhalen.

Babygebarentaal
Is het mogelijk om de natuurlijke neiging van baby's om gebaren te maken te benutten en zo de communicatie tussen ouder en jonge baby te verbeteren? Dit is precies wat sommige kinderpsychologen zich afvroegen. Ze wilden weten of het mogelijk is om kinderen te leren met hun handen communiceren gedurende de periode dat hun mond nog niet in staat was om spraak te produceren. Met andere woorden, ze wilden weten of ze de manuele behendigheid van kinderen konden benutten, die zich eerder zou ontwikkelen dan de verbale vaardigheden. Het resultaat is "babygebarentaal", een verbetering van de communicatie tussen ouders en kind via gebarentaal.

Wat is babygebarentaal?
Allereerst moet worden opgemerkt dat het belangrijk is om te beseffen dat babygebarentaal geen echte taal is, maar een symbolisch aanvullend middel op de gesproken taal. Babygebarentaal bestaat uit een lijst van verzonnen gebaren die iconisch zijn; dat wil zeggen dat de gebaren sterk lijken op het voorwerp of de gebeurtenis waarnaar ze verwijzen. Om een concreet voorbeeld te geven, bestaat het gebaar voor "honger" uit het likken van de lippen en met de rechterhand omhoog en omlaag over de maag te wrijven, en "slaap" wordt aangegeven door beide wijsvingers boven de open ogen te plaatsen en ze naar beneden te trekken en de ogen te sluiten. Sommige babygebaren zijn geleend van echte gebarentaal, vooral als het gaat om iconische gebaren, maar in tegenstelling tot echte gebarentaal, waarbij een grote hoeveelheid gebaren wordt gecombineerd om volledige zinnen te vormen, ontbreekt grammatica bij babygebarentaal. In plaats daarvan maakt deze gebarentaal gebruik van enkele woorden of kinderlijke uitdrukkingen met hoogstens twee tot drie woorden, zoals "ik slaperig".

Wat babygebarentaal niet is
Babygebarentaal is geen echte taal. Hij verschilt bijvoorbeeld heel erg van Nederlandse Gebarentaal (NGT). NGT is een volledig ontwikkelde menselijke taal met een rijke vocabulaire en een ingewikkelde grammatica. Alles wat je kunt zeggen in een gesproken taal kan ook worden uitgedrukt in echte gebarentalen, zelfs heel abstracte of hypothetische ideeën. De positie van de handen, het gezicht en het lichaam zijn allemaal belangrijk bij gebarentalen, en de vorm en positie van de handen spelen een cruciale rol. Het is zelfs mogelijk om in gebarentaal te fluisteren door de handen in de schoot te houden en gebaren heel klein te maken (binnen een kleine, halfronde ruimte voor degene die gebaart). De grammatica van NGT verschilt net zoveel van Nederlands als Nederlandse grammatica verschilt van bijvoorbeeld Franse grammatica. Alle gebarentalen op de wereld hebben hun eigen vocabulaire en grammatica ontwikkeld binnen de gemeenschappen voor doven en slechthorenden waarin ze gebruikt worden. Kortom, babygebarentaal is dus heel anders dan echte gebarentalen.

Hoe werkt babygebarentaal?
Het moet eerst worden opgemerkt dat baby's alleen woorden en gebaren kunnen leren als de daarvoor benodigde cognitieve vaardigheden, zoals gezamenlijke aandacht, ontwikkeld zijn. Met andere woorden, de baby moet oogcontact kunnen maken met de ouder, de blik van de ouder kunnen volgen naar een voorwerp dat genoemd/gebaard wordt zodat de baby kan beseffen dat het gebaar dat de ouder gebruikt, verwijst naar dat voorwerp of die gebeurtenis. Deze vaardigheden ontwikkelen zich langzaamaan in het eerste levensjaar. Jonge baby's kunnen natuurlijk leren om geluiden of gebaren direct na te bootsen, maar als ze niet symbolisch gebruikt worden, zijn dit slechts motorische patronen die weinig te maken hebben met betekenis.
Hoewel het rond de 6 of 7 maanden geïntroduceerd kan worden, is babygebarentaal volgens mensen die er ervaring mee hebben, het meest succesvol als ermee begonnen wordt rond de 11 maanden, als het kindje al veel geluiden maakt en duidelijk de aandacht van anderen vraagt voor dingen in zijn omgeving. Babygebarentaal wordt altijd gebruikt in combinatie met gesproken taal: de moeder kan bijvoorbeeld vragen "Heb je slaap?", terwijl ze tegelijkertijd het gebaar voor "slaap" gebruikt. Ouders worden altijd aangemoedigd om woorden en babygebaren tegelijkertijd te gebruiken. Het is namelijk niet de bedoeling dat deze communicatieve symbolen de gesproken woorden vervangen.
Babygebarentaal kan het beste gezien worden als "versterkt gesticuleren". Met andere woorden, babygebarentaal borduurt voort op een natuurlijk voorkomende, maar beperktere, neiging om symbolische gebaren te gebruiken. Ouders gebruiken van nature al veel gebaren als ze tegen hun baby's praten: gebaren voor dag, kus, knuffel, op, enzovoorts. Babygebarentaal maakt simpelweg gebruik van deze natuurlijke neiging.

Kan babygebarentaal de taalontwikkeling bevorderen?
Sommige kinderpsychologen beweren dat kinderen van wie de ouders babygebarentaal gebruiken hun eerste gebaren drie maanden eerder produceren dan hun eerste woorden. Maar na het nauwkeurig bestuderen van alle relevante literatuur bleek dat nadat de juiste analyses waren uitgevoerd, de eerste woorden in babygebarentaal en de eerste gesproken woorden rond dezelfde tijd plaatsvonden. Dit is logisch omdat, zoals we al eerder vermeldden, er bepaalde cognitieve vereisten zijn voor zowel babygebarentaal en spraak.
Leren alle kinderen op dezelfde manier babygebarentaal? Uit onderzoek naar babygebarentaal is gebleken dat er grote individuele verschillen zijn wat betreft het feit of kinderen babygebarentaal gebruiken of niet. Voor de eerste vijf tot vijftien gebaren blijkt dat: sommige kinderen al vroeg praten en weinig interesse tonen voor de meeste gebaren; sommige kinderen tegelijkertijd heel goed zijn in zowel spraak als babygebaren; sommige beide niet snel oppikken. Bij bijna alle kinderen die worden blootgesteld aan beide, is er een bimodale periode waarin ze zowel gebaren als spraak gebruiken. Kinderen zijn geneigd gebaren te gebruiken voor sommige dingen en woorden voor andere dingen. Het woord "vlinder" is moeilijk uit te spreken door de twee medeklinkers vl aan het begin van het woord, dus kinderen die babygebarentaal hebben geleerd, gebruiken misschien liever het gebaar voor "vlinder" dan het lastige woord uit te moeten spreken. In andere gevallen hebben gesproken woorden de voorkeur. Verder heeft onderzoek uitgewezen dat het gebruik van babygebarentaal snel afneemt tussen de 19 en 26 maanden en daarna bij de meeste kinderen meestal volledig verdwijnt.

Is het gebruik van babygebarentaal schadelijk?
Uit onderzoek is heel duidelijk gebleken dat, zelfs als babygebarentaal de taalontwikkeling niet versnelt, dit het leren van de gesproken taal zeker niet in de weg staat. Natuurlijk kunnen de meeste moeders prima zonder het gebruik van babygebarentaal met hun baby's communiceren. Ze leren al snel herkennen wat de verschillende manieren van huilen betekenen en ouder en baby lijken elkaar in de eerste maanden, ondanks de taalbarrière, te begrijpen. Maar als ouders besluiten babygebarentaal te gebruiken, is het aan te raden om de gebaren te oefenen en er behendig in te worden, voordat ze deze bij hun baby introduceren, zodat de gebaren een natuurlijke aanvulling zijn op hun spraak. Bovenal is het belangrijk dat moeders en vaders op een natuurlijke manier met hun baby praten en communiceren, en niet op een "onderwijzende" manier.
Tot slot kan babygebarentaal goed van pas komen als er in de familie taalstoornissen of leerproblemen bij taal voorkomen, vooral bij jongens. Denk eraan dat bepaalde vormen van gebarentaal zoals Weerklank gebarentaal al tientallen jaren worden gebruikt bij kinderen met leerstoornissen. In dat opzicht is babygebarentaal dus niets nieuws. Alleen het gebruik ervan bij zich normaal ontwikkelende kinderen zonder leerstoornissen is nieuw.

Bevordert babygebarentaal sociale interactie?
In sommige literatuur wordt beweerd dat het gebruik van babygebarentaal de sociale interactie tussen kind en ouder bevordert, maar het is moeilijk om dit op waarde te schatten vanwege het gebrek aan goed uitgevoerde controlegroepen en de kleine hoeveelheid kinderen die bestudeerd zijn. Als het waar zou zijn dat gebaren de sociale interactie verbeteren en ervoor zorgen dat kinderen minder snel gefrustreerd raken, dan zou het ook zo moeten zijn dat dove kinderen van dove ouders die gebaren gebruiken, minder snel gefrustreerd zouden raken dan kinderen die kunnen horen en de "terrible two fase" niet zouden ervaren! Er zijn echter geen gegevens die daarop wijzen. Hoewel sommige ouders het fijn vinden om babygebarentaal te gebruiken, vinden anderen het te kunstmatig en stoppen ze ermee. Het is dus aan te raden om alleen babygebarentaal te gebruiken als je het als ouder een natuurlijk iets vindt. Als een ouder altijd voorzichtig moet nadenken over wat ze aan haar kind wil overbrengen, is het onnatuurlijk. Het is nog belangrijker dat babygebarentaal nooit gezien moet worden als een manier om het IQ te verhogen, want dan gaat de ouder zich als leraar gedragen en wordt de babygebarentaal niet gebruikt als natuurlijk middel om het plezier van de communicatie te versterken.

Slotgedachten
Babygebarentaal kan een leuke aanvulling zijn op spraak, als het op een natuurlijke wijze wordt gebruikt, maar babygebarentaal moet vanzelfsprekend nooit worden gebruikt om spraak, boeken of spelletjes te vervangen. Hoewel er nog geen onderzoek is gedaan naar het gesticuleren tijdens het slapen, is het zeer waarschijnlijk dat de hersenen het leren van gebaren tijdens het slapen verwerken en dat baby's zo sommige communicatieve gebaren oefenen. Dit is een aandoenlijke anekdote van een Amerikaanse moeder wiens peuter veel gebaren gebruikte:
"Het gebaar voor zaklamp had hij zelf verzonnen: hij houdt zijn rechterhand ongeveer 10 centimeter voor zijn gezicht, met de handpalm naar zich toe, vingers gespreid, en zwaait zijn hand heen en weer tussen zijn oor en zijn mond. Het is een opvallend gebaar en het enige dat hij gebruikt voor zaklamp (een aantal van zijn gebaren hebben meerdere betekenissen-- hij heeft er eentje dat hij gebruikt voor zowel vuur, sap en vlinder--dat kan nogal verwarrend zijn!). Hij gebruikt dit gebaar altijd als hij een zaklamp ziet, in het echt of in boeken. Ik had hem nog nooit bekeken als hij sliep, dus ik weet niet of hij dit al eens eerder had gedaan, maar ik stond er echt van te kijken. En aangezien hij het gebaar twee keer gebruikte, met ongeveer anderhalve minuut ertussen, leek het me niet willekeurig, maar eerder een reactie op iets waar hij over droomde. Hij heeft op dit moment ongeveer dertig gebaren in zijn vocabulaire, ik moet hem dus maar eens wat vaker 's nachts bekijken om te zien waar hij nog meer over droomt!"
Als ouders erin slagen om het bimodale gebruik van gebaren en spraak onder de knie te krijgen, kan babygebarentaal leiden tot waardevolle en erg leuke interacties met hun kind. We willen natuurlijk vooral dat onze baby's blij en actief zijn, onafhankelijk kunnen communiceren en waardevolle dialogen met anderen kunnen aangaan. Of dit gebeurt via spraak en natuurlijke gebaren of via spraak en babygebarentaal, hangt af van je persoonlijke voorkeur.

Misschien vind je dit ook interessant: