babys-ontwikkeling-1-maand-605x403

Baby's ontwikkeling 1 maand

Als je baby rond de 1 maand oud is, bezoek je voor het eerst het consultatiebureau. Je hebt de verpleegkundige misschien al ontmoet bij het hielprikje, net na de geboorte. Vandaag maak je kennis met de jeugdarts. Hij kijkt of je baby gezond groeit en zich goed ontwikkelt.

Het is allemaal nieuw voor jou en je baby en even wennen. Er wordt gevraagd om hem uit te kleden op zijn luiertje na.  Zo kan hij goed worden onderzocht en gewogen. Onder andere wordt gekeken of het navelstompje is afgevallen en het naveltje goed is ingedroogd en geneest.

Tip: neem een omslagdoek mee om je baby tussentijds lekker warm tegen je aan te houden.

Groeiboekje

Je ontvangt een (gratis) Groeiboekje, waarin veel informatie staat over de ontwikkeling van je kind, tot hij 4 jaar is. Tot die leeftijd bezoek je regelmatig het consultatiebureau. In het Groeiboekje kun je zelf bijzonderheden opschrijven of dingen die je wilt onthouden. Ook houdt het consultatiebureau bij hoe je baby zich ontwikkelt en welke vaccinaties hij op welke datum heeft gekregen.

Groeicurve

De lengte en het gewicht van je baby worden vanaf nu bijgehouden in de groeicurve. Aan de hand hiervan wordt gekeken of je kind goed groeit. Het maakt daarbij niet uit of je kind een gemiddeld gewicht of een gemiddelde lengte heeft, of juist iets erboven of eronder zit. Het gaat erom dat er een regelmatige opwaartse lijn in de grafiek te zien is. 

Ontwikkelingsschema

Er wordt ook gekeken of je baby zich goed ontwikkelt op gebied van beweging en motoriek, praten en sociale interactie. Kan je baby iets nog niet volgens het schema, dan is er geen reden tot ongerustheid. Het ene kind ontwikkelt zich nu eenmaal anders dan het andere.

Vragen stellen

Je kunt er ook jouw eigen vragen stellen. Bijvoorbeeld over borstvoeding, slaapgedrag of luieruitslag.

Bereid je voor
Om een goed beeld te krijgen van hoe je baby zich ontwikkelt en of het goed gaat, zal de jeugdarts of de verpleegkundige jou ook dingen vragen. Bijvoorbeeld over de volgende onderwerpen:

  • Ben je met je baby bij de dokter of een specialist in het ziekenhuis geweest? Wat was het resultaat van dit bezoek? Is je baby onder behandeling van een arts en/of krijgt hij medicijnen?
  • Hoe slaapt je baby? Hoeveel uur maakt hij per etmaal en lukt het om een dag- en nachtritme aan te leren? Slaapt je baby op de rug in verband met de veiligheid?
  • Hoe gaat het met de voedingen? Lukt het met de borstvoeding of is het verstandig om een lactatiekundige in te schakelen?
  • Kun je je baby voldoende troosten als hij dit nodig heeft? Vraag om tips als je een handje hulp kunt gebruiken.
  • Heeft jouw baby een speentje? Veel baby’s hebben een grote zuigbehoefte, ook buiten de voedingen om. Zorg dat je het speentje alleen gebruikt op die momenten dat het nodig is om in slaap te vallen of als je baby troost nodig heeft. Dit is beter voor de spraakontwikkeling en om straks weer af te wennen.

Dit kan jouw baby met 1 maand

Gemiddeld (!) kunnen baby’s dit als ze 1 maand oud zijn. Hij:

  • maakt contact met jou door je aan te kijken.
  • houdt de handjes meer open, in plaats van in een knuistje.
  • kan voorzichtig zijn hoofdje optillen als je hem op zijn buik legt.
  • kijkt graag naar bewegende voorwerpen, bijvoorbeeld naar een mobiel boven de box.

Geef het aan als:

  • je baby niet reageert op jouw stem.
  • hij geen alerte periodes heeft tussen de slaapjes door. Deze periodes horen minimaal zo’n 30 minuten te zijn
  • hij zijn armpjes en beentjes niet beweegt.
  • hij niet lijkt te kijken naar bewegende of fel gekleurde voorwerpen, zoals een mobiel.

 

Nogmaals: elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Juist door aan te geven wat je baby wel en niet kan, helpt om hem goed te kunnen volgen.

Jij bent ook belangrijk

Hoe gaat het met jou? Ook hier wordt naar gevraagd. Gaat alles zoals je verwacht? Kun je het moederschap goed aan? Vraag om advies als je het bijvoorbeeld moeilijk vindt om je baby te troosten, hem niet in slaap krijgt of als je niet aan jezelf toekomt.

Vaccinatieprogramma

Bij je tweede bezoek rond de 2 maanden, krijgt je baby straks zijn eerste vaccinaties aangeboden. Dit is het schema van het Rijksvaccinatieprogramma:

Fase 1

Kinderen krijgen met 2, 3, 4 en 11 maanden een DKTP-Hib- Hep B vaccinatie en een pneumokokkenvaccinatie met 2, 4 en 11 maanden.
Met 14 maanden: BMR en MenC.

Fase 2  

Rond 4 jaar één inenting (DKTP).

Fase 3

Rond 9 jaar twee inentingen (DTP en BMR).

Fase 4

Rond 12 jaar twee inentingen (HPV).

Alle kinderen in Nederland worden automatisch opgeroepen voor deze serie vaccinaties. Deelname is vrijwillig. De inentingen bieden bescherming tegen 10 infectieziekten, die ernstige gevolgen kunnen hebben.

  • Bij difterie bestaat verstikkingsgevaar en hart en zenuwstelsel kunnen worden aangetast.
  • Kinkhoest zorgt voor langdurige hoestbuien en is vooral voor baby’s gevaarlij, vanwege de kans op hersenbeschadiging.
  • Tetanus kan een verkramping van de kaakspieren (kaakklem) en andere spieren geven, waaronder de slik- en ademhalingsspieren, en dus ernstig zuurstofgebrek veroorzaken.
  • Poliomyelitis, ook bekend als kinderverlamming of polio, kan leiden tot ernstige verlammingsverschijnselen.
  • Hib-ziekten kunnen hersenvliesontsteking veroorzaken, met bloedvergiftiging en ontstekingen overal in het lichaam.
  • Meningokokken C kan hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging veroorzaken. Ernstige blijvende gevolgen zijn amputaties, littekens, doofheid, motorische problemen en leer- en gedragsproblemen.
  • Bof kan hersen(vlies)ontsteking en onvruchtbaarheid veroorzaken.
  • Van mazelen kan je kind behoorlijk ziek worden, met hoge koorts en huiduitslag. Complicaties als oorontsteking, bronchitis, longontsteking en hersenontsteking komen veel voor. 

Misschien vind je dit ook interessant: