De woordenschat van je peuter groeit explosief

De woordenschat van je peuter groeit explosief

Over een paar maanden wordt je peuter twee en hij maakt steeds vaker gebruik van taal om te zorgen dat je hem begrijpt. Zijn woordenschat is nog wat beperkt, waardoor hij soms veralgemeent: hij gebruikt dan één woord, bijvoorbeeld taart, om alle lekkere dingen mee aan te duiden. Hij geeft een hele verzameling dingen dezelfde naam. Dat is niet omdat hij de term verkeerd begrepen heeft of geen verschil ziet tussen die voorwerpen. Hij heeft alleen nog niet alle benodigde woorden tot zijn beschikking. Hoe vaker je dus tegen hem praat en dingen benoemt om de ontbrekende woorden in te vullen, hoe groter zijn woordenschat zal worden.

HET SPEL DAT PRATEN HEET Wij beschouwen ons vermogen om te praten als vanzelfsprekend. Maar je kind heeft enkele geweldige prestaties geleverd om zich taal eigen te maken. Hij heeft geleerd om de woordenstroom in losse stukjes te verdelen en de klankpatronen, ritmes en structuren van woorden te herkennen. Hij heeft een gevoel ontwikkeld voor verschillen in intonatie en de basisregels van de grammatica. Bovendien heeft hij de betekenis ontdekt van een continu toenemend aantal bekende woorden en namen. Intussen heeft hij ook keihard gewerkt aan zijn stembeheersing zodat hij de lastige klankcombinaties kan reproduceren waaruit de woorden in zijn moedertaal bestaan. Waarschijnlijk weet je niet eens hoeveel woorden je kindje al kent, omdat hij ze nog niet allemaal duidelijk uit kan spreken. Maar luister eens goed of je delen van woorden herkent in zijn gebrabbel en besef hoe knap het is dat hij zich met zo’n beperkte woordenschat zo goed kan uitdrukken. Hij heeft allemaal trucjes om optimaal gebruik te maken van de woorden die hij kan zeggen. Je zult bijvoorbeeld zien dat hij de betekenis van een woord overgeneraliseert: hij gebruikt 'hond' voor alle dieren, of 'auto' voor alle bewegende machines. Dat betekent niet dat hij het verschil niet ziet tussen die dingen; hij heeft gewoon niet genoeg woorden om specifieker te kunnen zijn. Maar door die overgeneralisaties kan hij wel vertellen wat hij ziet en jij voelt je geroepen om het goede woord te zeggen. Dat is dus een slim trucje waarmee hij zo veel mogelijk leert. Ergens in zijn volgende levensjaar kan je kind al zo goed woorden leren dat zijn woordenschat wel met acht nieuwe woorden per dag groeit. En als hij eenmaal 100 tot 150 woorden kent, zal hij ze gaan combineren.

Misschien vind je dit ook interessant: