ontwikkeling-bij-13-maanden-650x240

Ontwikkeling bij 13 maanden

Een bijzondere mijlpaal: je kind heeft zijn eerste verjaardag gevierd en is officieel baby-áf. Wat hebben jullie veel meegemaakt als je terugkijkt. Van een klein hulpeloos baby’tje is het nu een peuter geworden, die alles wil zien en ontdekken.

Bij je bezoek aan het consultatiebureau kan je kind tegenstribbelen als de jeugdarts of verpleegkundige hem wil onderzoeken. Dit is normaal, je kind zit dan in de eenkennige fase. Met een leuk speeltje kun je je kind afleiden terwijl hij wordt gewogen en gemeten. De gegevens worden opgenomen in de groeicurve en in het Groeiboekje.

Iets minder groei

Dit is een goed moment om de groei van je baby te bespreken. Lopen gewicht en lengte in een regelmatige lijn omhoog? Dan is het goed. Vaak zie je net na het eerste levensjaar dat de curve iets vlakker wordt. Ook dit is gewoon: je kind beweegt meer en eet iets minder dan in zijn babytijd.

Gezond en gevarieerd eten

Het kan zijn dat je kind iets te zwaar blijkt te zijn. Dan wordt gekeken naar het voedingspatroon. Krijgt je kind misschien iets teveel melk of tussendoortjes? Een dieet is natuurlijk niet nodig, een gezond en gevarieerd menu is voldoende. Let ook eens op de hoeveelheid sap die je kind binnenkrijgt. Gewoon water of thee zonder suiker zijn beter voor de tandjes en de gezondheid.

Bereid je voor

Om een goed beeld te krijgen van hoe je kind zich ontwikkelt en of het goed gaat, zal de jeugdarts of de verpleegkundige jou dingen vragen. Bijvoorbeeld over de volgende onderwerpen:
  • Ben je met je kind bij de dokter of een specialist in het ziekenhuis geweest? Wat was het resultaat van dit bezoek? Is je kind onder behandeling van een arts en/of krijgt hij medicijnen?
  • Hoeveel tanden heeft je kind nu?
  • Kan je kind zich optrekken en zich staande verplaatsen, bijvoorbeeld langs de salontafel of aan de spijlen van de box? Of loopt je kind misschien al zelfstandig?

Dit kan jouw kind met 13 maanden

Gemiddeld (!) kunnen kinderen dit als ze 13 maanden oud zijn. Hij:
  • reageert op zijn naam.
  • kan een paar woordjes zeggen, maar gebruikt ook onzinwoordjes.
  • wijst dingen aan.
  • kan meedoen met gebarenliedjes en vindt kiekeboe spelletjes leuk.
  • probeert jou na te doen.
  • kan zelf drinken uit een beker.


Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Juist door aan te geven wat je kind wel en niet kan, helpt om hem goed te kunnen volgen.

Geef het aan als:

  • je kind scheel kijkt.
  • hij geen eerste woordjes zegt, zijn naam niet herkent en alleen maar brabbelt.
  • hij zijn handen niet gebruikt.
  • hij zich niet verplaatst.
  • hij geen contact maakt.
  • hij iets eerder wel kon en nu niet meer.
  • hij moeite heeft met vaste voeding.

 

Jij bent ook belangrijk

Hoe gaat het met jou? Ook hier wordt naar gevraagd. Gaat alles zoals je verwacht? Kun je het moederschap goed aan? Vraag om advies als je vragen hebt over de opvoeding van je kind. Nu hij een peuter is, is het goed om wat meer duidelijkheid te bieden van wat wel en niet kan en mag. Wil je weten hoe je dit positief aanpakt? Aarzel niet en vraagt het.  

 

Misschien vind je dit ook interessant: